| |
| Jenaplan op het Rodenborch-College
|
 |
Jenaplan: | Vaardigheden voor je toekomst | Een uitgestelde keuzemogelijkheid | Talenten ontwikkelen | Docentenrol | Ouderparticipatie | Verschillen met regulier onderwijs |
Waarom zou je kiezen voor jenaplanonderwijs?
| 
| Vaardigheden voor je toekomst! Tegenwoordig stelt men steeds vaker de vraag of het onderwijs wel goed voorbereidt op de samenleving. Als u kiest voor Jenaplanonderwijs is dat antwoord een volmondig ‘ja’. De leerlingen leren vaardigheden die ze nodig hebben tijdens de vervolgstudie en/of hun beroepsleven. Ze leren samenwerken en leren van elkaar. |
Verder leren zij het belang van netwerken. Goed met iemand overweg kunnen en gebruik maken van elkaars sterke kanten om tot een beter resultaat te komen kenmerkt de jenaplanleerling. Een leerling die na drie jaar van de jenaplanafdeling afkomt, neemt zelf de verantwoordelijkheid voor zijn leerproces, kan goed plannen en weet wat hij nodig heeft om tot goede resultaten te komen. Tot slot leert een jenaplanleerling vaardigheden als presenteren en spreken voor een publiek. Dit gebeurt vooral tijdens de projecten.
| 
| Een uitgestelde keuzemogelijkheid Binnen Jenaplan zijn de klassen tot en met het derde leerjaar heterogeen. Er zijn namelijk leerlingen die later tot volledige bloei komen en dan hoger uitkomen dan het advies van de basisschool. Leerlingen van alle niveaus werken met elkaar in de eerste en tweede klas. Zo profiteren ze ook van elkaars leerstijlen en sterke kanten. In de derde klas is de splitsing vmbo-t3 en havo 3, omdat de derde klas van het vmbo al begint aan het examenwerk en havo3 nog niet. Aan het eind van de derde klas wordt dan definitief gekozen voor havo4 of vwo4.

Dat betekent niet dat vwo leerlingen het drie jaar ‘rustig aan’ kunnen doen. We spreken ze aan op hun eigen niveau, net als iedere andere leerling. Elke leerling op elke afdeling zal het niveau moeten halen dat voor die afdeling gevraagd wordt.
| 
| Talenten ontwikkelen Door deze manier van werken kan de leerling zijn talent optimaal ontwikkelen. Een leerling die in havo3 heel goed is in talen, kan die vakken op 3vwo-niveau doen en de overige vakken op havoniveau. Met een passend keuzepakket kan hij dan eventueel doorstromen naar 4vwo.
| Docentenrol De docenten kunnen omgaan met de verschillen tussen leerlingen en benaderen hen op individuele wijze. Een docent bekijkt welke lesstijl het beste bij de individuele leerling past. Daarbij speelt de sociale ontwikkeling een rol; presteren mag, maar staat niet voorop. Het docententeam heeft regelmatig overleg om voor de verschillende vakgebieden overeenkomsten te zoeken en verbanden aan te geven.
| 
| Ouderparticipatie Binnen Jenaplan spelen ouders een belangrijke rol. Zij vormen samen met de docent en de leerling de driehoek waar alles om draait en waarbij de drie geledingen even belangrijk zijn. De leerling staat centraal en de docent begeleidt de leerling in zijn leerproces ondersteund door de ouders. Ouders zijn meer dan bij regulier onderwijs betrokken bij de schoolorganisatie. Zij kunnen meedenken en mee ontwikkelen en zijn een klankbord voor de docenten. Daarnaast kunnen ouders een gastles geven en betrekken we ze bij projecten.
| Waarin verschilt Jenaplanonderwijs nu praktisch gezien van regulier onderwijs? | VIP-onderwijs | Jenaplanonderwijs | Groepering: homogeen en dakpanconstructie naar onderwijsniveau.
| Groepering: overwegend heterogeen naar onderwijsniveau, leerstijlen en talenten. Deels niveaugroepen. | Groepering in klassen met een eigen mentor. | Groepering in stamgroepen met twee mentoren en een eigen lokaal. | Nog redelijk veel klassikale momenten (instructie), veelal in combinatie met individuele verwerking. | Veelal korte instructie en individuele leertrajecten, hoge mate van individualisering van het onderwijs. | Redelijke variatie aan werkvormen. | Structureel en systematisch een grote variëteit aan werkvormen. | Integratie met behulp van projecturen; vakken werken samen aan thema’s en projecten. | Vergaande integratie en samenhang van vakinhouden. Vakoverstijgend in thema’s en grotere projecten. Een centrale rol voor het vak Wereldoriëntatie. | Aandacht voor persoonlijke ontwikkeling van talenten en meningsvorming. | Structurele aandacht voor de individuele ontwikkeling bijvoorbeeld m.b.v. keuzemomenten, reflectie. | Stimuleren van betrokkenheid bij leerlingen door toepassen van het geleerde (vaardigheden en competenties). | Stimuleren van betrokkenheid bij leerlingen, niet alleen door toepassen van het geleerde (vaardigheden en competenties) maar tevens veel (bindende) activiteiten en vieringen. | Betrokkenheid van ouders wordt belangrijk gevonden. Deze is vooral georganiseerd m.b.v. klankbordgroepen en een actieve oudervereniging. | Een ouder vormt één van de drie Jenaplanpijlers ouder-leerling-docent. Actieve betrokkenheid van de ouder bij school is dus een wezenlijk aspect van Jenaplan. |
| 
|
 |
Jenaplan: | Vaardigheden voor je toekomst | Een uitgestelde keuzemogelijkheid | Talenten ontwikkelen | Docentenrol | Ouderparticipatie | Verschillen met regulier onderwijs |
Waarom zou je kiezen voor jenaplanonderwijs?
| 
| Vaardigheden voor je toekomst! Tegenwoordig stelt men steeds vaker de vraag of het onderwijs wel goed voorbereidt op de samenleving. Als u kiest voor Jenaplanonderwijs is dat antwoord een volmondig ‘ja’. De leerlingen leren vaardigheden die ze nodig hebben tijdens de vervolgstudie en/of hun beroepsleven. Ze leren samenwerken en leren van elkaar. |
Verder leren zij het belang van netwerken. Goed met iemand overweg kunnen en gebruik maken van elkaars sterke kanten om tot een beter resultaat te komen kenmerkt de jenaplanleerling. Een leerling die na drie jaar van de jenaplanafdeling afkomt, neemt zelf de verantwoordelijkheid voor zijn leerproces, kan goed plannen en weet wat hij nodig heeft om tot goede resultaten te komen. Tot slot leert een jenaplanleerling vaardigheden als presenteren en spreken voor een publiek. Dit gebeurt vooral tijdens de projecten.
| 
| Een uitgestelde keuzemogelijkheid Binnen Jenaplan zijn de klassen tot en met het derde leerjaar heterogeen. Er zijn namelijk leerlingen die later tot volledige bloei komen en dan hoger uitkomen dan het advies van de basisschool. Leerlingen van alle niveaus werken met elkaar in de eerste en tweede klas. Zo profiteren ze ook van elkaars leerstijlen en sterke kanten. In de derde klas is de splitsing vmbo-t3 en havo 3, omdat de derde klas van het vmbo al begint aan het examenwerk en havo3 nog niet. Aan het eind van de derde klas wordt dan definitief gekozen voor havo4 of vwo4.

Dat betekent niet dat vwo leerlingen het drie jaar ‘rustig aan’ kunnen doen. We spreken ze aan op hun eigen niveau, net als iedere andere leerling. Elke leerling op elke afdeling zal het niveau moeten halen dat voor die afdeling gevraagd wordt.
| 
| Talenten ontwikkelen Door deze manier van werken kan de leerling zijn talent optimaal ontwikkelen. Een leerling die in havo3 heel goed is in talen, kan die vakken op 3vwo-niveau doen en de overige vakken op havoniveau. Met een passend keuzepakket kan hij dan eventueel doorstromen naar 4vwo.
| Docentenrol De docenten kunnen omgaan met de verschillen tussen leerlingen en benaderen hen op individuele wijze. Een docent bekijkt welke lesstijl het beste bij de individuele leerling past. Daarbij speelt de sociale ontwikkeling een rol; presteren mag, maar staat niet voorop. Het docententeam heeft regelmatig overleg om voor de verschillende vakgebieden overeenkomsten te zoeken en verbanden aan te geven.
| 
| Ouderparticipatie Binnen Jenaplan spelen ouders een belangrijke rol. Zij vormen samen met de docent en de leerling de driehoek waar alles om draait en waarbij de drie geledingen even belangrijk zijn. De leerling staat centraal en de docent begeleidt de leerling in zijn leerproces ondersteund door de ouders. Ouders zijn meer dan bij regulier onderwijs betrokken bij de schoolorganisatie. Zij kunnen meedenken en mee ontwikkelen en zijn een klankbord voor de docenten. Daarnaast kunnen ouders een gastles geven en betrekken we ze bij projecten.
| Waarin verschilt Jenaplanonderwijs nu praktisch gezien van regulier onderwijs? | VIP-onderwijs | Jenaplanonderwijs | Groepering: homogeen en dakpanconstructie naar onderwijsniveau.
| Groepering: overwegend heterogeen naar onderwijsniveau, leerstijlen en talenten. Deels niveaugroepen. | Groepering in klassen met een eigen mentor. | Groepering in stamgroepen met twee mentoren en een eigen lokaal. | Nog redelijk veel klassikale momenten (instructie), veelal in combinatie met individuele verwerking. | Veelal korte instructie en individuele leertrajecten, hoge mate van individualisering van het onderwijs. | Redelijke variatie aan werkvormen. | Structureel en systematisch een grote variëteit aan werkvormen. | Integratie met behulp van projecturen; vakken werken samen aan thema’s en projecten. | Vergaande integratie en samenhang van vakinhouden. Vakoverstijgend in thema’s en grotere projecten. Een centrale rol voor het vak Wereldoriëntatie. | Aandacht voor persoonlijke ontwikkeling van talenten en meningsvorming. | Structurele aandacht voor de individuele ontwikkeling bijvoorbeeld m.b.v. keuzemomenten, reflectie. | Stimuleren van betrokkenheid bij leerlingen door toepassen van het geleerde (vaardigheden en competenties). | Stimuleren van betrokkenheid bij leerlingen, niet alleen door toepassen van het geleerde (vaardigheden en competenties) maar tevens veel (bindende) activiteiten en vieringen. | Betrokkenheid van ouders wordt belangrijk gevonden. Deze is vooral georganiseerd m.b.v. klankbordgroepen en een actieve oudervereniging. | Een ouder vormt één van de drie Jenaplanpijlers ouder-leerling-docent. Actieve betrokkenheid van de ouder bij school is dus een wezenlijk aspect van Jenaplan. |
| 
|
|
|
| |
|